KeramIEK

De Alphons Laudy VSO is een CultuurProfielSchool. Kunst en cultuur staan daarom prominent op het rooster. Kunst en cultuur leveren een belangrijke bijdrage aan de culturele, sociaal-emotionele, intellectuele en sensomotorische ontwikkeling van de leerlingen en zijn een belangrijke voorwaarde voor succesvol leren. Creativiteit bevordert het zelfvertrouwen, vergroot het probleem oplossend vermogen, verbetert de motoriek, stimuleert de concentratie en focus en geeft plezier.  

Tijdens de keramieklessen leren de leerlingen omgaan met verschillende soorten klei en leren ze gebruik te maken van verschillende technieken (kneden, rollen, kleiplakken maken, boetseren) en natuurlijk leren ze glazuren. Er wordt gewerkt aan de hand van een leerlijn.

         
De leerlingen leren zo ideeën, ervaringen en gevoelens uit te drukken in een beeldend werkstuk. Verder leren ze over beeldende aspecten: kleur, vorm en compositie te gebruiken in een werkstuk en de beeldende mogelijkheden van materialen en technieken onderzoeken en toepassen in hun eigen werk. Ze leren om gereedschappen op een veilige manier te gebruiken.

Naast bovenstaande doelen wordt er gewerkt aan een juiste werkhouding en een gerichte taakaanpak.

 TECHNIEK

Techniek is overal. Daarom is dit vak ook verplicht op alle middelbare scholen. Het is een algemeen vormend vak. Zelfredzaamheid, Durven en Doen zijn de grote woorden hierbij. In principe hebben alle niveaus binnen de school het vak techniek. Zowel in de onderbouw als ook de middenbouw is het een vast onderdeel binnen het curriculum. In de bovenbouw is het optioneel.

    
In de onderbouw leren de leerlingen eenvoudige handgereedschappen kennen. Ook diverse werkmaterialen en allerlei onderdelen. Daarbij moet vaak samengewerkt worden, wat goed is voor hun sociale vaardigheden, maar uiteindelijk ook vormend is voor goed burgerschap.

In de middenbouw wordt iets meer met machines gewerkt, zoals accuboor en schuurmachine. Daarnaast wordt er ook nog wat geleerd over elektriciteit in huis.

In de bovenbouw is het een keuzevak, daarbij hebben de leerlingen ook letterlijk keuze in hun werkstukken, en worden er klussen gedaan in en om de school. Er wordt ook aandacht besteed aan ARBO en beetje EHBO.

TEXTIEL        

Textiele werkvormen, het woord zegt het al, bestaat uit verschillende vormen van omgaan met stof (textiel). De leerlingen krijgen basis textiel, vilten, zijde schilderen en machine naaien.  We volgen de stappen van een leerlijn om onze doelen te bereiken.

De leerlingen starten in het 3e jaar van de onderbouw met Basis textiel. Hieronder valt o.a. stempelen op stof, spelden, rijgen en naaien met de hand.
                 

We starten met het maken een opbergzak, waarin ze hun eigen textielspullen het hele jaar kunnen bewaren. Ieder blok maken ze kennis met een nieuwe techniek. 

Vilten is van zachte schapenwol vilt maken. Dit doen we d.m.v. water, zeep en beweging. Een werkstuk van vilt kan plat zijn of driedimensionaal.
   

Met zijde schilderen ontdekken ze dat zijdestof komt van een zijderups. Ze leren een ontwerp maken op papier en deze over te nemen op zijde met tubes verf. Het inkleuren gebeurt met vloeibare zijdeverf.

                     

De naaimachine wordt ook gebruikt voor verschillende doeleinden. Inrijgen, naaien, verschillende stiksels leren kennen, een eigen kussen of tas naaien, de een doet het zelfstandig en de ander met hulp van de leerkracht.

De uitleg van elk onderdeel van textiel start in de onderbouw. In het 2e jaar van de middenbouw staat textiel opnieuw op het rooster en gaan we verder ontwikkelen en aanleren aan de hand van de leerlijn. 

Wanneer de leerlingen van de bovenbouw textiel volgen, kiezen ze zelf een onderdeel en gaan hiermee aan de slag. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze een knoop aan kunnen naaien of een scheur herstellen. Handig voor later ;-).  

HORECA

Koken Onderbouw. 

In de onderbouw leren de leerlingen om een eenvoudig gerecht zelfstandig of met hulp klaar te maken.  Belangrijk is dat de leerling weet, hoe hij/zij veilig moet werken. 

Bij de onderbouw gaat het om de zelfredzaamheid. 

Ook afwassen , afdrogen en schoonmaken van de aanrecht komen aan bod.  

    

Koken Middenbouw. 

In de middenbouw krijgen de leerlingen het vak koken. 

 Net als bij de onderbouw leren de leerlingen hoe zij een eenvoudig gerecht 

 Zelfstandig of met hulp kunnen bereiden. 

 Een recept lezen. Omgaan met weegschaal en maatbeker zijn hierbij 

 belangrijke onderdelen. 

 

 

Horeca stage.  SVA1 certificaat. 

Er zijn leerlingen die het vak horeca aangeboden krijgen tijdens de stage. 

Deze leerlingen werken het hele jaar in de keuken en aan het eind van het jaar doen ze examen. 

 

Belangrijke punten hierbij zijn: 

Veilig werken. 

Hygiëne.  

Omgaan met keukenmateriaal. 

 Bereidingstechnieken toepassen. 

Opdeeltechnieken toepassen. 

 (Werken met een koksmes en op de juiste manier snijden)  

Schoonmaaktechnieken toepassen. 

 Koken Bovenbouw. 

In de bovenbouw valt het vak koken onder: wonen, werken en vrije tijd.  

De leerlingen kunnen met hulp of zelfstandig een eenvoudige maaltijd of een gerecht klaar maken.  

Tijdens de individuele stage kan de leerling een horeca stage doen. 

 

Dans

Dans is de kracht van beweging vanuit de verbeelding. Ondersteunt door een thema of onderwerp, muziek of ritme en uitgevoerd vanuit samenwerking gaan de leerlingen hiermee aan de slag en komen ze letterlijk en figuurlijk in beweging. 

 

Dans zorgt voor kracht, vergroot de (fijne) motoriek, coördinatie, flexibiliteit en vooral de creativiteit. Dans maakt iets los wat niet in woorden valt uit te drukken, maar via lichaamstaal en emotie een podium krijgt. In een dansles wordt er ervaringsgericht gewerkt. Het eindresultaat is ondergeschikt aan het proces.

De kunstvorm dans heeft binnen het VSO Alphons Laudy een vaste plek in het lesaanbod. Leerlingen beleven veel plezier tijdens het vak dans. Ze worden uitgedaagd om lef te tonen en te werken aan hun zelfvertrouwen. Het is een ontdekkingstocht waar ze steeds een stapje vooruit maken. De leerlingen leren meer dan danspasjes alleen. Vanuit creatieve, dansante werkvormen en opdrachten sluiten de lessen aan bij de 'Vreedzame school' en tevens op de leerlijnen 'Leren Leren' en Sociaal Emotionele Ontwikkeling. Daarnaast zijn de algemene thema's binnen de school leidend en wordt er tijdens de lessen dans vakoverstijgend gewerkt De blik op de wereld wordt verruimd. 
Dans wordt ingezet om de ontwikkeling van de leerlingen te stimuleren. Het vergroot het lichaamsbewustzijn, de flexibiliteit en balans en zet een verbetering in coördinatie in. Opdrachten worden in samenwerkingsverbanden uitgevoerd met respect voor elkaar. Leerlingen creëren eigenheid, durven zich te presenteren en leren improviseren. Daarnaast kijken en genieten de leerlingen  van dans in het theater. Door erover te praten kunnen ze een mening vormen en de verschillende dansstijlen herkennen en imiteren. 

 

 

YOGA

Yoga komt uit India en is een combinatie van lichaamshoudingen, ademoefeningen en ontspanningsoefeningen. De combinatie van oefeningen hebben positieve effecten op de emotie en gevoelens. 

Ademhaling speelt een belangrijke rol bij bewegen en lichaamshouding. Bij langzaam en diep ademhalen kan er ontspanning ontstaan. Dit heeft een positieve uitwerking, speciaal bij onze leerlingen. Wanneer leerlingen het toepassen buiten de yogalessen (in de klas of op het plein) heeft dat een positief effect op henzelf en hun omgeving.  

Yoga is ontstaan doordat de mensen de dierenwereld bestudeerden. Veel yoga-oefeningen gaven ze namen van dieren, zoals: cobra, arend, leeuw, hond, kat. Het leuke van deze namen voor de houdingen is dat de oefeningen speels gedaan kunnen worden. Er zijn een aantal vaste oefeningen in een les, die samen een verhaal vertellen.  

Bij yoga is er geen competitie. Er zijn samenwerkingsoefeningen en er ontstaat meer zelfvertrouwen, wat een positief effect heeft in de klas.  

Hier kort de voordelen op een rij: 

Vergroten van het zelfvertrouwen 
Ontwikkelen van lichaamsbesef 
Leren omgaan met stress/spanning 
Verbeteren van concentratie 
Leren om eigen grenzen aan te geven 
Sterk en soepel worden 
Meer aandacht voor ademhaling 
Bevordert innerlijke rust 
Leren samenwerken 

                                                        

dRAMa

Bij het vak drama gaat het om ‘doen alsof’, toneelspelen. Spelenderwijs leer je jezelf expressief uit te drukken d.m.v. je lichaam, je mimiek, stem en spraak. We beginnen de les met een warming-up op muziek.  

Vervolgens spelen we een verhaal of een situatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van muziek, boeken, filmpjes, attributen, hoedjes/petten, handpoppen, schimmendoek e.d. Met eenvoudige middelen ‘bouwen’ we een decor. Bij drama komen de sociale vaardigheden en de emoties spelenderwijs aan de orde. Samenwerken staat hierbij voorop. Binnen de veiligheid van de dramalessen kunnen de leerlingen experimenteren met rollen, fantasiespel, afspreekspel, improvisaties, schimmenspel, dialoogspel en speltechnieken om een rol vorm te geven. Ook 'energizers' en (zintuig)spelletjes worden in de les gebruikt. 

De leerlingen leren om te gaan met verschillen en spelen en ontwikkelen zich op hun eigen niveau. 

 

Alle eerstejaars onderbouwleerlingen en de IBL-leerlingen hebben wekelijks drama. 

De derdejaars midden- en de bovenbouwleerlingen kunnen drama als keuzevak kiezen. 

 

De leerlingen bezoeken in het kader van de dramalessen een theatervoorstelling buiten de school. 

We hebben goede contacten met de theaters in de stad, zoals theater de Krakeling, het Internationaal Theater Amsterdam (ITA) en het Podium Mozaïek. 

 

In maart vindt de culturele maand plaats. Hierbij staat een land/werelddeel centraal. (wereldoriëntatie) 

Ook het vak drama sluit hierbij aan.  

In de jaarlijkse theatervoorstelling komen allerlei bijdragen uit de verschillende vakken en de culturele maand samen. Leerlingen kunnen zowel voor als achter de schermen mee werken aan deze voorstelling. Ook worden er (gast)workshops georganiseerd waaraan zij kunnen deelnemen.